FHR in het collegejaar 2021-2022

By 16 november 2021 november 18th, 2021 Nieuws

‘Door kritisch denken steeds beter in wat ertoe doet’

Foto: Dr. Hans Lim A Po

Mevrouw de Minister, Mevrouw de Voorzitter van het Bestuur van ADEK, Mevrouw de Gastspreker, Collegae bestuursleden, docenten en studenten van FHR, overige Gasten, ik heet U van harte welkom bij de ceremoniële opening van het collegejaar 2021-2022.

1. In een toestand van onzekerheid ontbreekt houvast, maar niet het uitzicht op nieuwe kansen.

In het afgelopen collegejaar hebben we allemaal geleden onder de gevolgen van de Covid Pandemie en van de economische malaise. Deze tegenslagen hebben algemeen geleid tot een gebrek aan optimisme over de toekomst. FHR is met extra inspanning en zware offers, vooral van docenten en studenten, door het jaar gekomen. En we beginnen het nieuwe jaar met frisse moed omdat we verwachten, dat nieuwe nationale perspectieven spoedig zullen leiden tot beleidskeuzes van de overheid die het belang van hoger onderwijs als essentieel ontwikkelingsvehikel, belichamen.
Tegen deze achtergrond gaan we in het komend jaar belangrijke verbeteringen in het onderwijs doorvoeren en zorgen dat ons onderwijs ‘state of the art’ blijft. De verbeteringen zijn aangegeven in de zelfstudies van vorig jaar die hebben geresulteerd in internationale en nationale accreditaties van onze BBA, MBA en MOA-opleidingen tot en met 2028. Met deze accreditaties zijn, tezamen met de eerder verkregen accreditaties van de MPA en MHRM-opleidingen, alle FHR- bachelor en master- programma’s zowel nationaal als internationaal geaccrediteerd. Dit is een bewijs van de kwaliteit van ons onderwijs en van het vertrouwen in de continuïteit ervan.
Ik zal dit welkomstwoord wijden aan de bespreking van drie voorgenomen wijzigingen in ons onderwijs ‘die ertoe doen’ omdat ze belangrijke leerdoelen betreffen. Ze zijn in de missie[1]  van FHR verwoord als ‘het bijdragen aan een goed opgeleide samenleving’ (‘an educated society’), ‘het onderhouden van een ambitieuze leeromgeving’ (‘an ethical and ambitious learning environment’) en ‘het uitbreiden van professionele en sociale competenties als algemene leerdoelen, ‘met betrokkenheid bij het algemeen belang’ (‘commitment to the public good’). 

2. In een goed opgeleide samenleving is hoger onderwijs niet in de eerste plaats een carrière pad voor bevoorrechten.

Het percentage aan hoger opgeleiden in Suriname is 2% van de beroepsbevolking en dat is een fractie van overeenkomstige percentages in goed opgeleide samenlevingen. Zo heeft In Nederland  40% van de bevolking een opleiding op hbo-of universitair niveau genoten en nog eens 40% een MBO opleiding.

Er wordt wel gezegd dat een land waar onderwijs achter in de rij staat, het spoor bijster is. De gezondheidscrisis en de financieel economische malaise hebben gemaakt dat ook bij ons het onderwijs ver achter in de rij staat, maar met het stellen van duidelijke meetbare doelen kunnen we het onderwijs weer op spoor krijgen. Een van die doelen waar FHR zich aan wil committeren is een groei van het aantal afgestudeerde hoger opgeleiden met gemiddeld tenminste 20 % per jaar en dat is in 4 jaren een verdubbeling.

3. Kritisch denken stelt hoger opgeleiden in staat om behalve hun plaats in de samenleving te kennen die ook zelf te bepalen.

Behalve door het stimuleren en faciliteren van het aanbod aan studenten zal FHR, vanaf dit collegejaar ‘kritisch denken’ nadrukkelijk als centrale doelstelling van het onderwijsproces introduceren en daarmee verdere opwaardering van het hoger onderwijs bewerkstelligen.
Kritisch denken wordt algemeen beschouwd als kern en eerste leerdoel van hoger onderwijs. Dit belang is sinds het begin van de 20e eeuw in de Verenigde Staten en sinds het begin van de 21e eeuw ook in Europa onomstreden.

Besef van het grote belang van kritisch denken is terug te voeren tot de Griekse filosoof Socrates (469-399 v.Chr.) die wordt beschouwd als de vader van de filosofie. Hij typeerde kritisch denken als een discussie tussen ‘jou en jezelf’, als een solitaire activiteit waarbij je je eigen aannames eronder uit haalt en nuanceert zodat het beter aansluit bij de werkelijkheid die nooit enkelvoudig en holistisch is, maar altijd meervoudig en complex.
Veel filosofen hebben na Socrates, zij het met verschillende accenten, kritisch denken getypeerd en de nadruk gelegd op het belang ervan. Enkele van hen komen hierna terloops ter sprake.

Het eerste deel van de opdracht van het hoger onderwijs in relatie tot kritisch denken is het leren van kennis van de wetenschappelijke methode en van de logica. Deze kennis is voorwaarde voor kritisch denken.
De gangbare wetenschappelijke methode is ontwikkeld door Karl Popper, een OostenrijksBritse filosoof die algemeen wordt beschouwd als een van de grootste wetenschapsfilosofen van de 20e eeuw. Zijn methode gaat ervan uit dat theorieën altijd openstaan voor kritiek, ook als dat betekent dat ze worden verworpen. Sterker nog: ‘verwerping, en niet bevestiging is vooruitgang’ zegt Popper.
Hoewel deze wetschappelijke methode sceptisch staat tegenover de almacht van de rede wordt logisch kunnen denken op zich toch ook als voorwaarde van kritisch denken aangemerkt omdat kritisch denken steeds een samenstel is van argumenten waarvan elk de toets van de logica moet doorstaan.

Het tweede deel van de opdracht van het onderwijs in relatie tot kritisch denken bestaat uit het beoefenen van een aantal vaardigheden en een aantal houdingen die door de vaardigheden worden bevorderd. De belangrijkste vaardigheden zijn de vermogens om zich te informeren, informatie te evalueren, onderscheid te maken tussen feiten en interpretaties en interpretaties te kunnen confronteren en evalueren.
Van houdingen zijn de belangrijkste kenmerken, geïnteresseerd zijn in wat anderen denken, nieuwsgierigheid, proberen voor zichzelf te denken, weten wat men weet en wat men niet weet en accepteren dat men het mis had.

4. Excelleren in het onderwijs is niet voorbehouden aan getalenteerde studenten maar een legitiem doel van alle studenten.

Omdat de beroepspraktijk steeds meer gekenmerkt wordt door toenemende complexiteit, snelle veranderingen en een korte verwachtingshorizon, zijn studenten niet voldoende voorbereid wanneer ze enkel de bestaande routines in denken en doen van de professie leren. Ze moeten ook in staat zijn deze te overstijgen. Daarom hebben wij ervoor gekozen om excelleren onderdeel te maken van het reguliere onderwijsprogramma.  De operationalisering ervan is geïnspireerd door de opvatting van kritisch denken van Friedrich Nietzsche, een invloedrijke filosoof van de Moderne tijd.

De eerste stap naar excelleren is het aanleren van een kritische instelling die ertoe leidt dat men oude routines in denken en doen bereid is los te laten.
Omdat het onmogelijk is om op elk moment steeds weer te bepalen hoe te handelen heeft de mens routines nodig. Voor een beperkte periode kan een gewoonte de best mogelijke manier zijn om te functioneren. Maar op een gegeven moment is de routine niet meer passend omdat iemands wereld is veranderd en nieuwe problemen zich aandienen.

Wil iemand routines in handelen en denken daadwerkelijk doorbreken, dan moet hij bij die routines vraagtekens plaatsen. Dat betekent dat hij in plaats van direct te reageren op een prikkel om te handelen, die prikkel eerst rustig en van alle kanten moet bekijken en begrijpen. Deze zelfbeheersing komt in de buurt van wat Nietzsche noemt ‘een sterke wil’, waarvan ‘het wezenlijk kenmerk is nu juist niet te willen, maar de beslissing te kunnen uitstellen’. Dit is de tweede stap in het leren om kritisch te denken

Wanneer iemand zichzelf beheerst en niet automatisch toegeeft aan de innerlijke kracht die aan de macht is, kan hij op zoek gaan naar een voor dat moment betere hiërarchie van de ‘ikken’ dan hij gewend is. Hij fixeert als het ware zijn handelen in routines die voor dat moment de best mogelijke manier van functioneren zijn. Hij creëert voor zichzelf een eigen stijl (zelfstilering). In die eigen stijl of eigenheid toont zich zijn excelleren. Het zoeken daarvan – de derde stap- is een terugkerend gebeuren. Ook al gelooft men dat men de best mogelijke manier van doen gevonden heeft, toch zal blijken dat deze gewoonte slechts tijdelijk de meest passende levenswijze is.

In kritisch denken dat in excelleren resulteert ligt volgens Hannah Ahrend, een van de belangrijkste politieke denkers van de twintigste eeuw, de morele waardering van handelingen besloten. Kritisch denken is daarom  niet een zaak van alleen de toepassing van kennis, vaardigheden en houdingen, maar ook van de karaktereigenschappen van een persoon die  geleerd heeft kritisch te redeneren maar zich bovendien intellectuele deugden zoals scherpzinnigheid, intellectuele moed, doorzettingsvermogen en redelijkheid eigen heeft gemaakt.

5. Het hoger onderwijs legt de basis voor het vormgeven van het algemeen belang door de instituten van de samenleving.

Mijn vader placht te zeggen dat een van zijn schouders de last droeg van zijn private belangen en de andere die van de publieke zaak. Met deze metafoor vatte hij de paradoxale combinatie van eigengereidheid en gemeenschapszin samen.
Tegen de achtergrond van deze paradox zal de opdracht van het onderwijs bij de realisering van de betrokkenheid bij het algemene belang als leerdoel plaatsvinden. Daarbij zullen twee aspecten worden behandeld. Het eerste aspect betreft de paradox zelf, het doordenken van de spanning tussen eigen belang en algemeen belang. Het tweede aspect is de betrokkenheid bij het democratisch proces dat op het niveau van de samenleving de tegenstelling oplost.

Tot nu toe heb ik kritisch denken in hoofdzaak beschouwd als een denkvaardigheid van hogere orde. Ik heb daarbij drie perspectieven onderscheiden namelijk het perspectief van kennis, het perspectief van vaardigheden en het perspectief van houdingen.  Er is echter een vierde perspectief en dat is het perspectief dat gericht is op de effecten van argumentatie en redenering in de sociale en politieke context. In dit perspectief zijn effectieve houdingen vanwege de andere georiënteerdheid van het kritisch denken (‘reading the world instead of the words’) voor een deel specifiek.
Maar dit verschil in oriëntatie brengt overigens geen wijziging in voorwaarden en toepassingen van het kritisch denken zoals die hiervoor zijn besproken.

Er zijn indicaties dat we in een hyper geïndividualiseerde fase van het leven zijn beland omdat te veel van ons maar 1 belang werkelijk serieus nemen en dat is het eigen belang. Daarom is het nodig dat het hoger onderwijs aandacht schenkt aan het bevorderen van kritisch denken gericht op een verantwoordelijkheid voor ‘het ik’ die in een redelijke verhouding staat tot die voor ‘het wij’. Tot de specifieke houdingen bij dit kritisch denken behoren gevoel voor empathie en rechtvaardigheid en oog voor proportionaliteit.

In de samenleving wordt debat gevoerd over politieke en maatschappelijke kwesties. In feite is dit debat het wezen van onze democratie. Beslissingen uit dit debat worden gehonoreerd en politieke leiders kunnen in dit debat op een geordende vreedzame wijze worden gecorrigeerd. Dit veronderstelt voor kritisch denken bij het debat houdingen zoals het open staan voor kritiek, het aanvaarden dat men bekritiseerd wordt, het zichzelf kunnen bekritiseren en het erkennen dat redelijke mensen van mening kunnen verschillen en juist dan van elkaar kunnen leren.

Omdat deze karakteristieken van kritisch denken in een sociale en politieke context passen bij het ideaal van een ‘open samenleving’ zal betrokkenheid bij het algemeen belang in het onderwijs vanuit dit ideaal worden geoperationaliseerd. Dit ideaal dat door Karl Popper is ontwikkeld verwerpt het absoluut gezag van de louter welgestelden en van traditie en beoogt het ontwikkelen en verstevigen van democratische en rechtstatelijke instituten zoals democratie, de rechtsstaat, staatsinterventie en goed bestuur. Betrokkenheid bij het algemeen belang als leerdoel behelst daarom het leren dragen van medeverantwoordelijkheid voor de integriteit van deze instituten en voor hun naleving van vrijheid en menselijkheid als kernwaarden van de samenleving.

Dames en Heren,

Ik heb als titel voor dit welkomstwoord gekozen “Door kritisch denken steeds beter in wat ertoe doet” en de volgende stelling is de rode draad die er doorheen loopt:

6. Ambitie voor continue verbetering gericht op een zinvol doel is inherent aan de mens en de organisaties waar hij zich van bedient.

Ik rond af met een samenvatting. Suriname zal duidelijke targets moeten stellen voor groei van het hoogopgeleide segment van de samenleving. Om opwaardering van het onderwijs te bewerkstelligen introduceert FHR dit jaar ‘kritisch denken’ met nadruk op, kennis, vaardigheden en houdingen, als kern van haar onderwijs.
Dit jaar zal FHR ook beginnen om ‘excelleren’ als algemene ambitie van haar studenten en instelling breed, als drijvende kracht te propageren en om naast professionele en sociale competenties, oriëntatie op het algemeen belang als algemeen leerdoel in te voeren.

Ik hoop met het voorgaande een beeld te hebben gegeven van belangrijke uitdagingen waartoe FHR zich voor het komend jaar committeert. De onzekerheid van het afgelopen jaar zal wellicht nog duren maar wij zullen er het hoofd aan bieden en deze uitdagingen als dromen achternavliegen.
En eenieder die bij FHR betrokken is, studenten, docenten en anderen, wens ik het komend jaar een goede vlucht en een behouden aankomst!

[1] De missie van FHR is het bijdragen aan een [goed] opgeleide samenleving (‘educated society’) door studenten in een ethische en ambitieuze leeromgeving (‘an ethical and ambitious learning environment’) internationaal gekwalificeerd hoger onderwijs te laten genieten en zodoende de ontwikkeling van hun professionele en sociale competenties en hun effectieve betrokkenheid bij en inzet voor het algemeen belang (‘commitment to the public good’) te bevorderen.

Dr. Hans Lim A Po
15 november 2021