Toespraak van de Rector van FHR op 12 maart 2022 ter gelegenheid van de Diploma-uitreiking aan afgestudeerde Master en Bachelor studenten

By 15 maart 2022 Nieuws

Groei en Duurzaamheid

Foto: Dr. Hans Lim A Po

Inleiding

Tot nu toe heeft de mensheid geleefd in een wereld waarin de aarde haar onderdaan was. Maar in de zeventiger jaren van de vorige eeuw kwam naast het thema ‘welvaart’ het thema ‘milieu’ wereldwijd op de agenda. Dit heeft over de jaren geleid tot een zodanige spanning tussen ‘groei’ en ‘duurzaamheid’ dat we beland zijn op een kantelpunt van waaruit de wereld een begin moet maken met het vormgeven van een kwalitatief betere maatschappij. We moeten ons beijveren voor een nieuw civilisatie project met  een economische ontwikkeling die voldoet aan de eisen van sociale rechtvaardigheid en behoud van het milieu. Suriname is niet van deze plicht uitgezonderd. Integendeel het actuele belang hiervan staat in het licht van de olie en gas vondsten buiten kijf,

De moderne tijd

In de 17e eeuw begon met  de Verlichting, ‘de Moderne Tijd’. Er tekende zich in het publiek debat en  de collectieve verbeelding een nieuw verhaal af. Nieuwe ideeën werden uitgeprobeerd en er ontstond een  samenleving van geheel nieuwe mensen die konden lezen, schrijven en rekenen. Er ontstond  een nieuw zelfbewustzijn gebaseerd op het idee van de gelijkheid en vrijheid van alle mensen en de onderwerping van religieuze en aristocratische tradities aan logisch denken en empirische kennisverwerking. Homo Sapiens was geboren !
Dit verlichte denken ondersteunde ook minder lofwaardige sociale praktijken. Een daarvan volgt uit de theorie dat economie niet zonder groei kan en dat daarom natuurlijke  middelen maximaal moeten worden geëxploiteerd ook indien dit tot vernietiging van de natuur leidt.

Omdat de morele instincten van de mens in de loop der jaren zijn veranderd, is het verlichtingsdenken in een postmoderne crisis terecht gekomen. De drijfveren van de postmoderne mens zijn , anders dan men aanvankelijk dacht, niet per se rationeel  en daarom leven mensen in het huidige tijdperk niet exclusief volgens rationele beginselen. De ethiek van rationaliteit en vooruitgang die in de moderne tijd  de publieke opinie domineerde en de sociale realiteit weerspiegelde werd als gevolg daarvan in de postmoderne tijd van de 20e eeuw een ethiek van zelfoptimalisering (‘egoïsme’) en maximale vervulling  van verlangens gedreven door markten en hyperconsumptie (‘consumentisme’).

De postmoderne conditie

De centrale conditie van de postmoderne periode waarin wij leven is dat niet verplichtingen jegens een ander  voorop staan maar de vormgeving van het eigen, individuele goede leven. Het leven in de postmoderne conditie is een leven van individualisering, waarin het eigen ‘design’ van het leven centraal  staat. Bovendien is de samenleving vanwege haar openheid (globalisering) machteloos gebleken om met enige zekerheid haar eigen ontwikkeling te beheersen.

Deze ethische invalshoek en dit onvermogen zijn de  bron van  wat door de Pools-Britse Socioloog  Zygmunt Bauman  de ‘vloeibare moderniteit’ is genoemd. Hij bedoelt daarmee dat we leven in een fase van de moderniteit waarin zowel instituties als het individueel leven ‘vloeibaar’ zijn. Ze zijn aan veranderingen onderhevig die de mensen niet kunnen bijbenen.  Dit leidt tot desintegratie van het sociale leven en een teloorgang van de bestaande instituties van collectief handelen. Ik noem drie verschijnselen die hierop wijzen:

Het eerste is het verschijnsel  dat de samenleving in de woorden van Bauman, ‘een oorlog voert met de toekomst’. De samenleving bezet en misbruikt natuurlijke en social territoria, het milieu door verwoesting en vervuiling en het social bestel door corruptie en vals spel. Niemand houdt dit tegen want zij die het zouden moeten doen zijn nog niet geboren. Zodoende wordt een toekomst voor komende generaties twijfelachtig.

Het tweede verschijnsel is morele onverschilligheid. Morele onverschilligheid sluit morele overwegingen uit door het primair en absoluut stellen van (administratieve of politieke) doelmatigheidsoverwegingen. Wanneer grote waarheden en zekerheden worden losgelaten en niet voldoende morele veiligheid in de systemen is ingebed leidt dat tot een samenleving waarin gelijkheid en rechtvaardigheid zoek zijn

Het derde verschijnsel is dat  het sociale een vluchtigere vorm krijgt. Daarvan blijkt uit beperkte verbindingen tussen mensen. Zij verbinden zich slechts zolang dat iets oplevert. Deze stijl van de lichtmoderne mens leidt tot grote sociale ongelijkheid en bij velen tot bestaansonzekerheid. Een voorbeeld van vluchtigheid is ook een niet aan locatie gebonden identiteit.

Een alternatief verhaal

De zo juist besproken crisis suggereert dat langs organische weg een transformatie naar een andere maatschappelijke conceptie tot stand zal komen. Maar er zijn een aantal belemmeringen die dat in de weg staan. Een is  lineair denken dat de toekomst ziet als een verlenging van het verleden. Een andere is het feit dat instituties en gevestigde belangen vertragend werken op veranderingen. En de belangrijkste is het feit dat we nog geen beeld hebben van een nieuwe vervangende maatschappelijke orde.

Deze constatering roept de vraag op of samenlevingen die geïnspireerd zijn door de waarden  van democratie en een liberale markteconomie noodgedwongen in een omegafase zijn beland. Het centrale kenmerk van een systeem dat zich in de omegafase bevindt is dat er geen concept is voor een andere toekomst. Er wordt  op de oude voet doorgegaan omdat een alternatief verhaal voor de toekomst ontbreekt. Deze impasse wordt niet stap voor stap doorbroken maar door de kracht van een publiek debat en een collectieve verbeelding als ‘inputs’ van een nieuw verhaal.

Afsluiting

Afgestudeerden, tot nu toe was mijn  referentiekader van deze toespraak ‘Het Grote Wereldtoneel’, en dat is de titel van het boek van de Ostenrijks-Engels historicus Philipp Blom. De ondertitel van dit boek luidt ‘Over de kracht van de verbeelding in crisistijd’ en als afsluiting en gebruikelijke ‘boodschap van de Rector’ deel ik graag de volgende reflectie daarop met jullie.

Er is geen twijfel over mogelijk dat Suriname in een crisis verkeert en dat de Surinaamse actualiteit een ander verhaal dan dat van het postmodernisme nodig heeft.  We hebben een nieuw en kwalitatief beter verhaal nodig omdat de realiteit van het postmodernisme ons  geen voorspoed en rechtvaardigheid brengt.

De status van hoger opgeleiden in de samenleving die jullie vandaag verkrijgen brengt voor elk van jullie de plicht met zich om bij te dragen aan een nieuw civilisatie project  dat tot de verbeelding van de samenleving spreekt en de  kracht van jullie verbeelding in de samenleving voelbaar maakt.

‘The future is in your hands’!

Dr. Hans Lim A Po – Rector FHR Institute for Higher Education
12-03-2022