Uitdagingen van wereldburgerschap
Inleidende woorden uitgesproken door
De Rector van FHR Institute for Higher Education,
Dr. Hans R. Lim A Po,
op 29 augustus 2026 tijdens de
Grand Graduation 2026
in de Royal Torarica Ballroom
Ik heet u allen van harte welkom bij deze bijzondere ceremonie ter gelegenheid van het afstuderen in 2026 van master- en bachelorstudenten van FHR. Mijn gelukwensen gaan uiteraard in de eerste plaats uit naar de afgestudeerden, maar ook naar hun docenten, families en overige gasten die hun gedurende hun studie hebben ondersteund.
Het motto van FHR voor dit academisch jaar is ‘Moving into the future’. Het is geïnspireerd door de op handen zijnde ontwikkeling van olie- en gasvoorkomens voor onze kust en door de belangstelling voor de onvermijdelijke gevolgen daarvan voor onze samenleving. De huidige verwachtingen van de samenleving zijn begrijpelijkerwijs vooral gericht op de mogelijke economische voordelen die deze ontwikkeling met zich mee zal brengen. Tegelijk groeit ook het besef van de ernstige risico’s die politiek leiderschap zal moeten managen.
Deze korte inleiding gaat over de gevolgen van deze veranderingen voor de verantwoordelijkheden van hogeropgeleide burgers in ons land. Vanaf vanavond zullen de afgestudeerden deel uitmaken van deze bevoorrechte, maar tegelijk ook met bijzondere verantwoordelijkheden belaste groep binnen onze samenleving. Naast mijn welgemeende felicitaties zal ik hen, in lijn met de traditie, als rector, ook advies meegeven over hoe om te gaan met verantwoordelijkheden die gepaard gaan met hun nieuwe rol.
Mijn advies vandaag is om een postkoloniale denkwijze — met haar sporen van maatschappelijke afhankelijkheid, gebrekkige normen van zelfbestuur en karaktertrekken van een extractieve economische — om te zetten in een moderne, mondiale denkwijze, met een focus voor inclusie, gelijkheid en duurzaamheid. Dit advies vindt aansluiting bij de volgende woorden van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum, een autoriteit op het gebied van burgerschap: ‘Studenten moeten worden voorbereid op wereldburgerschap. Zij moeten leren hoe zij burger kunnen worden, niet alleen van hun land of hun lokale gemeenschap, maar ook van de steeds meer met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijke wereld waarin zij leven.’
Deze overgang van lokale naar mondiale betrokkenheid biedt de mogelijkheid om een ‘politiek van verschillen’, die gebaseerd isn op interne verdeeldheid tussen etnische, raciale, religieuze en andere subgroepen binnen de samenleving te overstijgen. Maar deze overgang brengt ook uitdagingen met zich mee, waarvan enkele het onderwerp zijn.
Een eerste uitdaging is fundamenteel.
Het gaat om de veronderstelling dat wij wereldburgerschap boven nationaal burgerschap voorrang moeten toekennen.
Ieder individu leeft binnen twee gemeenschappen: de lokale gemeenschap waarin hij of zij is geboren en de bredere menselijke gemeenschap van keuzes en aspiraties. Er bestaat geen natuurlijk conflict tussen deze twee sferen. Martha Nussbaum heeft ze gekarakteriseerd als twee concentrische cirkels: twee elkaar versterkende kaders, waarbij nationaal burgerschap de binnenste cirkel vormt die juridisch bevoegdheden om te handelen verleent, en wereldburgerschap de ethische visie duidt die richting geeft aan dat handelen. De mondiale gemeenschap fungeert als een grotere morele cirkel die de mensheid omvat, waar die zich ook bevindt, en waarvan de fundamentele bestanddelen — rede en moraal — haar een hoge graad van betrouwbaarheid toekennen.
Een tweede uitdaging is mondiaal denken en lokaal handelen.
Een mondiaal betrokken samenleving heeft de dubbele taak om na te denken en zich zorgen te maken over de rechtvaardigheid van de maatschappelijke orde en over de gezondheid en toekomst van de planeet. Tegelijk dient zij directe en praktische corrigerende stappen te zetten binnen haar eigen lokale gemeenschappen. Deze doelstelling moet grote mondiale doelen verbinden met kleine, alledaagse menselijke keuzes. Maar er bestaat een tweeledige moeilijkheid die wrijving veroorzaakt tussen de grootschalige doelstellingen en de dagelijkse realiteit. Enerzijds zijn lokale acties vaak te klein om invloed uit te oefenen op enorme mondiale vraagstukken. Anderzijds hebben lokale acties vaak mondiale gevolgen, zoals trade-offs en onbedoelde consequenties, die de effecten van lokale acties teniet kunnen doen.
Een derde uitdaging is het ervaren van wereldburgerschap als een open, ethische en intrinsieke denkwijze.
Het open karakter veronderstelt dat men in staat is om de wereld in ogenschouw te nemen en tegelijk bereid is te luisteren naar, na te denken over en nieuwe ideeën of andere opvattingen te aanvaarden, naast het vermogen om zich lokaal en met andere mensen te verbinden.
Het ethische karakter van een mondiale denkwijze waardeert en bevordert eigenschappen zoals empathie, respect voor diversiteit en samenwerking over grenzen heen. Het gaat uit van mondiale ethiek als een kern van morele waarden die de individuele wereldvisie overstijgen. Critici stellen dat het creëren van een werkelijk universeel ethisch systeem, dat de diversiteit van menselijke ervaringen respecteert en tegelijkertijd gemeenschappelijke mondiale doelstellingen nastreeft, een uitdaging is. Ethische kaders zijn immers historisch diepgeworteld in specifieke culturele achtergronden. Hoewel deze opvatting in de praktijk wordt gevoed door uiteenlopende standpunten over hedendaagse vraagstukken zoals milieuwetgeving, bedrijfspraktijken en mensenrechten, is dit gelukkig niet de algemeen overheersende opvatting. Maar het allerbelangrijkste element van een mondiale denkwijze is het intrinsieke karakter ervan. Het gaat niet om een houding die wordt aangenomen om externe erkenning te krijgen, maar om handelen vanuit een persoonlijke overtuiging, een oprecht geloof en een oprechte wens.
Een vierde uitdaging is om, zonder een legale status, de focus te behouden op mensenrechten, duurzaamheid en verantwoordelijkheid tegenover de gehele mensheid. Het argument dat het ontbreken van wetgeving en rechterlijke uitspraken een uitdaging vormt voor wereldburgerschap, is verdedigbaar. Maar de opvatting dat een dergelijk gemis de effectiviteit van het recht zou uitsluiten, berust op een misverstand over de aard van juridische autoriteit. De autoriteit van rechtsbronnen is niet noodzakelijkerwijs afhankelijk van politieke instellingen. Zij komt ook voort uit de rechtspraktijk, rechtenopleidingen en uit publieke opinie, ethiek en inzet om de planeet te beschermen.
Een vijfde uitdaging vloeit voort uit een activistisch element van wereldburgerschap, dat de afgelopen tijd steeds belangrijker is geworden. Wereldburgers moeten zich bezighouden met mondiale vraagstukken. Zij moeten de problemen begrijpen, beschikken over de vaardigheden om deze te analyseren en op te lossen, en kritisch reflecteren op hun eigen keuzes en persoonlijk leiderschap. Maar moeten zij zich ook moreel verplicht voelen om actief bij te dragen aan de oplossing van deze mondiale problemen? Sinds het begin van deze eeuw is er een groeiende tendens om deze vraag bevestigend te beantwoorden. De deelname van de jongere generatie wereldburgers, de zogenoemde Generatie Z, aan vreedzame protestbewegingen tegen sociaaleconomische mondiale vraagstukken zoals ongelijkheid, nepotisme, vooral corruptie neemt toe.
Terwijl oudere gevestigde structuren deze verstoring van traditionele normen als een bedreiging zien, beschouwt het mondiale discours het activisme van Generatie Z als een reactie op institutionele en bestuurlijke tekortkomingen in het naleven van mondiale waarden. Dit vormt tevens een uitdaging om wereldburgerschap op te nemen in de curricula van het hoger onderwijs, als een kritische capaciteit die het onderwijs moet stimuleren om het lokale leven met wereldse verantwoordelijkheden te verbinden.
Ter afsluiting eindig ik met een citaat van Thomas Paine, een van de Founding Fathers van de Verenigde Staten, die in 1792 de kern van het idee van wereldburgerschap als volgt treffend verwoordde: “Mijn land is de wereld, en mijn religie is het goede te doen.”
Ik hoop dat dit citaat in de komende tijd een leidend visie beginsel zal zijn voor elke FHR-alumnus.
HRL
29-08-26